zondag 23 december 2018

Delen islam en christendom een gemeenschappelijke devotie voor de Maagd Maria en Jezus?


Met dank aan pater Guy Pagès

Het is waar dat in de Koran zij die voor de Maagd Maria doorgaat (21.91), Myriam, aangeduid wordt door haar naam en zelfs boven alle vrouwen uitverkoren is (3.24), maar dit voorrecht wordt heel snel gerelativeerd met de opmerking dat zij slechts een meisje is (3.36. Cf. 4.117; 21.22; 37.150; 52.39) De talmoedische vrouwenhaat die elke ochtend door elke vrome Jood tot uiting wordt gebracht door God te danken dat Hij hem niet als vrouw geschapen heeft, is niet ver weg. We moeten wel zien dat de islam, omdat die NA het christendom gekomen is, niet kon doen alsof Jezus en Maria niet bestaan hadden, zozeer waren zij universeel gekend en geliefd en de islam, als goede Antichrist (1 Joh. 2.22), heeft op middelen gepeinsd om hen zo te misvormen dat ze onherkenbaar werden. Zo is de conceptie van Issa beschreven op het ogenblik dat Myriam het gezelschap van haar naasten is ontvlucht om naar een afgelegen plek te gaan, dus beschut tegen indiscrete blikken, wat een onbegrijpelijk gedrag is dat tot op vandaag in moslimmilieus een vrouw blootstelt aan aanvallen, verkrachting, moord en in elk geval aan een slechte reputatie.[1] Maar zo dus zet de Koran de Moeder van de Messias neer… En in die situatie verschijnt haar de geest van Allah in de vorm van een volmaakte man (19.17) die zich haast te verklaren dat hij niet God is, maar slechts diens boodschapper, om haar een kind te geven (19.19). Anders gezegd: Myriam leert dat het de wil van Allah is dat zij zwanger wordt, en dat door toedoen van zijn gezant, die als volmaakte man, zeker geen eunuch is. Tegenover de avances van hem die zij als een man ziet, omdat hij zich zo voorstelt, verdedigt zich de Maria van de Koran niet met het feit dat ze al verloofd is. Myriam stelt zich ermee tevreden hem te antwoorden dat geen man haar ooit aangeraakt heeft en dat zij geen prostituee is. Een stelling die even ongerijmd is als weinig behoorlijk. Dat de Koran verderop zegt dat Myriam maagd gebleven is … voor de verwekking van de Messias (66.12), wil niet zeggen dat zij het ook gebleven is tijdens en daarna. Dat Allah verderop zegt dat hij Issa heeft verwekt door Maria een adem van leven in te blazen, zegt niets bijzonders, want dat is wat hij doet voor de verwekking van elk levend wezen… Kortom, is het niet pikant om de islam de Vleeswording van God te zien weigeren, maar er niet de noodzaak van te kunnen ontkennen door de Geest van God voor te stellen als een verschijning in de vorm van een man?

Zoals het niet anders kon zijn voor de Jezus die gehaat wordt door het Judaïsme, speelt de verwekking van Issa zich af in omstandigheden die onterend zijn voor zijn moeder. Het idee van een vleselijke verwekking van de Messias wordt in feite versterkt door het feit dat de islam, net als het judaïsme, de liefde slechts als vleselijk kent – voor wie de gewijde maagdelijkheid geen mogelijke levenskeuze is (24.32) de moeder van de Messias daarbij dus inbegrepen – maar ook omdat het Allah niet past zich een zoon te geven (19.92,35 ; 2.116 ; 4.171 ; 10.68 ; 23.91 ; 39.4 ; 43.81). Als het dus Allah niet past zich een zoon te geven, dan is Issa niet verwerkt door Allah, en als Issa niet verwekt is door Allah, dan is hij dus verwekt door een ander, en door wie anders dan door de man die Myrian heeft gezien? Waarom heeft Allah gewild dat Myriam een man zag en niet de aartsengel Gabriël? De Koran bevestigt nog eens het idee van een vleselijke verwekking van de Messias, wanneer hij Die vereenzelvigt met die van Adam, voor wiens verwekking Allah behoefte had aan zaad. (16.4)! Als de geschiedenis niet vertelt waar het zaad vandaan kwam dat Allah nodig had om… de eerste mens te scheppen, bewijst dit dan niet dat voor de islam er geen verwekking tot stand kan komen zonder… sperma?

Om te ontsnappen aan de problemen die door het verhaal over de verwekking van Jezus worden opgeroepen, presenteert de islamitische exegese een andere tekst, die van de engelen die Maria haar zwangerschap aankondigen (3.42-47), zodat de geest van Allah die de opdracht heeft om Myriam een zoon te bezorgen, noch God noch mens is, maar engelen zijn. Deze uitleg roept niettemin nieuwe problemen op want als de geest van Allah meerdere engelen zijn, wat is dan de geest van Allah en wat is een engel (70.4 ; 78.38 ; 97.4)? En welke betrekking is er tussen de geest van Allah en de demon die precies Legioen is (Mc 5.2-9)?

Maar kijk, Issa, nog maar net geboren, praat al. En om wat te zeggen? Om zijn moeder de leugen te onderwijzen! In feite om een aanvaardbare rechtvaardiging te geven voor haar afwezigheid, nodigt hij haar uit te zeggen dat zij zich had teruggetrokken in de woestijn om er te vasten ter ere van Allah (19.26). De Koran onthult zo tegelijk zijn onwetendheid over het mysterie van Jezus die, als Hij wonderen gedaan had vanaf zijn kindheid, Zijn missie zou hebben gecompromitteerd (Mc 1.34, 43-44 ; 5.43, 7.36 ; 1 Cor 2.8), en de talmoedische laster over de Maagd Maria, want als Myriam moet liegen om haar afwezigheid te verklaren, is dat dus omdat zij niet eerlijk was. Merken we op dat de religie van Allah hier wordt opgevoerd als dienend tot liegen, tot toedekken waar je niet voor uit kunt komen… En wie zal geloven dat een jong meisje dat buitenechtelijk zwanger is geworden met haar kind naar haar naasten terugkeert… waar haar steniging wacht (Jo. 8,1-11)! Zelfs als Myriam gerekend had op de wonderbaarlijke en overtuigende welsprekendheid van haar pasgeborene om te getuigen van zijn goddelijke herkomst, en zo haar eigen huid en die van haar kind te redden, zou zij daarin niet met beleid en wijsheid te werk gegaan zijn en zou zij dus niet haar titel van wijze Maagd verdiend hebben. Maar zie wat moest gebeuren, gebeurt: als haar familie het kind ziet, behandelt die haar als prostituee: O zuster van Aäron! Je vader was geen slechte man en je moeder was geen prostituee! (19.27) Anders gezegd: Jij bent, in vergelijking daarmee, slecht en je bent een prostituee! En niet alleen deze lofzang voor de ouders van Myriam geeft stem aan de talmoedische laster, die Myriam als een prostituee behandelt en Jezus als bastaard (Yebamoth 49b ; Shabbat 104b ; Sanhedrin 106a & b), maar zij rechtvaardigt de incestueuze vereniging, want Amram had zijn tante Yochebed gehuwd (Ex 6.20), een vereniging die door de Koran wordt veroordeeld, maar die het talmoedische Jodendom goedkeurde en nog altijd goedkeurt…

Kort gezegd kon de islam die zich voor het Christendom in de plaats wilde stellen, niet vermijden te verwijzen naar de wonderbaarlijke conceptie van de Messias en de heiligheid van zijn moeder, maar hij kon het daarbij niet nalaten in de Koran de blasfemieën op te laten borrelen waarvan de talmoedische geschriften overlopen die hem tot inspiratie dienden. In tegenstelling tot het evangelie waar alles helder en heilig is omdat Maria er ontvangt door de enkele en zuivere werking van de Heilige Geest, zonder hulp van enige menselijke verschijning, en waar haar huwelijk met Jozef haar bescherming gaf tegen eerverlies, terwijl het haar Kind wettigheid en prestige gaf, lukt het de Koran niet de talmoedische haat te verbergen waarvan deze doordrongen is ten opzichte van Christus Jezus en de Zeer Heilige Maagd Maria... Maar hoe zou de Koran de oorspronkelijke vijandigheid tussen De Vrouw en de Slang niet hebben kunnen bevatten (Gn 3.15)?

Wat Jezus betreft, Hij wordt, zoals u weet, in de Koran aangeduid als zijnde de Waarheid (6.73; 16.40), het Woord van God (3.45; 4.171; 19,34), het Wonder van God (3.47). Hij is geboren uit een Maagd (21.91), Hij is de Messias (4.171), Hij is zonder zonde (19.19), Hij doet wonderen (2.87 ; 3.46,49 ; 5.110,112-115 ; 43.63 ; 61.6; 19.24-26,30), Hij is opgestegen ten Hemel (3.45; 4.158), Hij zal terugkeren voor het Oordeel (4.159). Al deze stellingen komen overeen met het christelijke geloof. De Koran zegt zelfs in 3.55 dat het heil afhangt van het geloof in Jezus, en niet van het geloof in Mohammed. Wat met onze Jezus verschilt, is dat de Jezus van de Koran niet gestorven is, omdat Allah het genoeg vond daar alleen de illusie van te wekken door Hem te vervangen door een ander (4.157). Alleen dat al volstaat om te beseffen dat Allah niet de ware God kan zijn, omdat de ware God het niet nodig heeft te liegen, en hij ook geen mensen in de richting van de hel stuurt, wat Allah doet door mensen te laten geloven dat Jezus gestorven is. Maar als Jezus niet dood is, dan zijn onze zonden niet uitgeboet, en als Hij niet tot leven is gewekt, dan zijn de poorten des eeuwigen levens niet geopend, en zijn wij dus niet gered. Zoals het rabbijnse Jodendom waarvan hij een kloon is, weigert de islam de gave van het Nieuwe en Eeuwige Verbond dat door de profeten is aangekondigd (Js 55.3 ; 61.8 ; Jr 31.31-33 ; 32.40 ; Bar 2.35 ; Ez 11.19 ; 16.60 ; 34.25 ; 36.25-27 ; 37.26 ; Hos 2.20) en door de Messias Jezus tot stand is gebracht. (Mt 5.17)
Omdat het rabbijnse Jodendom niets wil weten van Jezus de Verlosser, heeft de Talmoed de laatste letter van Jezus’ naam verwijderd, die in het Hebreeuws luid Yeshoua’ en zeggen wil God redt, opdat de Naam die boven alle namen gezegend is, zijn verwijzing verliest naar het heil en Yeshou wordt: een belediging die Jezus gelijk maakt aan Esau, die in het Hebreeuws ‘Ishaou heet. Esau is de dwaze figuur bij uitstek die zijn eerstgeboorterecht kan verkopen voor een bord linzen (Gn 25.29-34), wat hem de goddelijke Woede oplevert: Toch heb ik Jakob liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat (Mal 1.2-3). Daarom worden de christenen in de Talmoed zonen van Esau genoemd (Zohar III, 282). Zo is ook te verklaren dat de Arabische naam van Jezus, Yasou’, niet in de Koran voorkomt, maar vervangen is door Issa, een onbekende naam in de Arabische literatuur van de eerste acht eeuwen (cf. P. Louis Sheikho, Le christianisme et la littérature chrétienne en Arabie avant l'Islam, Beyrouth, 1923). Esau is in het Arabisch ‘Isso. Isso/Issa is een woord van drie letters: I SH U, die de initialen zijn van drie Hebreeuwse woorden die de vervloekingsformule vormen: Yimmah shmo weezikhro, wat betekent: Dat zijn naam en zijn herinnering uitgewist worden!...

Als de Koran het Messiasschap van Jezus niet heeft kunnen uitwissen dat door christenen zozeer met zijn Naam verbonden is dat het onmogelijk is ‘Jezus Christus’ te zeggen zonder dat te belijden, hebben de schrijvers van de Koran toch iets uitgedacht om de betekenis van het woord ‘Messias’ uit te wissen (zozeer dat vandaag geen moslim meer weet wat dit woord betekent) door de voorwaarden voor het messiasschap te onderdrukken. Zo herinnert de Koran nooit aan Jezus’ afstamming van David (Mt 1.20-23); Lc 2.4), die toch zo vaak in het evangelie wordt uitgedrukt met de uitdrukking Zoon van David (Mt 1.1.; 9.27; 12.23; 15.22; 20.30; 21.9; Ap 22.16), noch noemt hij de Heilige Jozef, door wie Jezus wettig opgenomen is in de lijn van David, waaruit de Messias geboren moest worden (2 SM 7.12-16; 2 Sm 23.5; IS 11.1) en dat hij Bethlehem, de geboorteplaats van koning David en van de Messias (Mi 5.1; Mt 2.1-6) verandert in een geïsoleerde palmboom van de woestijn (19.23)… De Koran vernietigt een andere voorwaarde van het messiasschap van Issa door zijn moeder de zus van Aaron te noemen (19.28) zodat zij als Amram, vader van Aaron (1 Ch 23.12; Sura 3 ) tot de stam van Levi behoort (1 Ch 6.3) en Issa dus niet tot de stam van Juda behoort waaruit de Messias geboren moest worden (Gn 49.8-10; Dt 33.7; Jg 1.2; 20.18; 1 Sm 7.12-16; 1 Ch 5.2; Ps 89.3-5; Os 5.14)… Door van de moeder van Jezus de zus van Aaron te maken die meer dan 1400 jaar voor de geboorte van Jezus leefde, laat de Koran zien dat hij de geschiedenis vervalst, en dus de Heilige Geschiedenis waarin de ware God zich heeft geopenbaard, om die te vervangen door een mythe.

De mythe die bedoeld is om Jezus onherkenbaar te maken, gumt niet alleen de band uit van Issa met personen uit het Oude Testament, maar ook die met tijdgenoten. Zo is de Jozef van de Koran niet de stiefvader van Jezus, maar de zoon van de patriarch Jacob, die zelf Jacobus wordt, de neef van Jezus (19.6)… Voor de Koran hebben Jezus, Zijn Moeder, zijn Apostelen, Zijn Kerk, Zijn sacramenten praktisch nooit bestaan. De tijdgenoten van Jezus zijn verdronken in het Oude Testament, zodat zeven eeuwen na Jezus Christus er altijd alleen maar Mozes is. Dankzij deze literaire ficties, deze verbijsterende anachronismen, worden de originaliteit en de centrale betekenis van de missie van Jezus van Nazareth totaal uit de geschiedenis gewist. Voor de Koran bestaat de historische Jezus niet. Tussen het Oude Testament en de islam is er geen Nieuwe Testament, er is alleen het Oude Testament of liever het talmoedisch Jodendom. En net zoals de Koran de relatie tussen Issa en koning David, afstammeling van de stam Juda (2 Sm 7.12-16; 2 Sm 23.5) doorsnijdt, net zo doet hij dat met al deze grote figuren van het Oude Testament, uit vrees dat zij Jezus Christus onthullen.

Zo is Issa niet de nieuwe Adam, vader van een nieuwe mensheid. Zijn ontkende offer (4.157) wordt niet aangekondigd door dat van Abel, noch voorafgebeeld door dat van Isaak (Gn 22.1-19) waarin Abraham een glimp krijgt van de Zoon van God die sterft en wordt opgewekt (Jn 8.56). Issa is niet de nieuwe Wetgever die door Mozes is aangekondigd (Dt 18.15,18), alvorens het nieuwe volk van God te doen uitgaan uit de slavernij van de zonde die voorafgebeeld is door die in Egypte (Jr 31.31-34). Issa is niet de lijdende Dienaar die door Jesaja wordt aangekondigd (Is 50.6-7 ; 52.13-15 ; 53.1-12 ; Dn 9.26), noch de Gekruisigde die door Zacharia en de psalmist wordt voorzien (Za 12.10 ; 13.1 ; Ps 22). Issa is niet de ware Jonas die is de bekering van de heidenen is komen prediken en die drie dagen en dire nachten in de verschrikkingen van de dood heeft verkeerd alvorens levend weer tevoorschijn te komen. Issa is niet de Echtgenoot (Mt.9.15 ; 25.1+ ; Lc 5.34 ; Jn 3.29), bezongen door Jesaja en Salomo (Is 54.5 ; 61.10 ; 62.5 ; Ct 5.16). Issa is niet het levende Brood dat neergedaald is uit de Hemel (Jo 6.51), aangekondigd door de gave van het manna (ex. 16). Hij is niet het Lam Gods waarvan het Bloed redt van de besluiten van de goddelijke rechtvaardigheid (Ex 12.13 ; Jn 1.29). Hij wordt niet voorafgebeeld door de bronzen slang bovenin de mast en waarvan de aanschouwing de dodelijke beet van de zonde geneest (Nb 21.9). Sint Jan de Doper is niet de Voorloper van de Verlosser (Jn 1.19-34) maar alleen een profeet (3.39)… Door breed het verbond van Mozes met de kinderen van Israel in herinnering te roepen (2.44,83,93,122 ; 4.154 ; 7.134,137 ; 17.104 ; 26.59 ;45.16), zonder enig geschrift van de profeten op te nemen verwerpt de Koran , in navolging van het rabbijnse Jodendom, het Nieuwe en Eeuwige Verbond (Jr 31.31 ; Js 53.3 ; Ez 36.27 ; Zach 8.1).

Omdat de moslims hun ongeloof over de verwekking van de Zoon van God willen rechtvaardigen, door te durven zeggen dat wij God tot een daad van vleselijke verwekking verlagen (39.4), een verwijt dat men eerder aan de Koran moet toeschrijven, zoals we zojuist gezien hebben, moet men hun uitleggen dat, omdat de geest een gedachte formuleert, er een verwekking van de gedachte is en dat zo ook, omdat God die Geest is, denkt, Hij een Gedachte verwekt, de Gedachte over Zichzelf, die een andere Hijzelf is, God als Hij, de Zoon van God (Jo 1.1). Christenen belijden dit elke zondag: Hij is God geboren uit God, Licht geboren uit Licht. De persoon van de Zoon van God begint zijn bestaan niet als hij incarneert: Voordat Abraham bestond, ben Ik, zegt Hij (Jo 8.58). Wanneer hij incarneert, dankzij het geloof en de liefde van de Maagd Maria, ontvangt Hij van haar de menselijke natuur, niet de goddelijke natuur, die Hij niet kon niet bezitten. Hij wordt geboren in de tijd uit een moeder, zonder vader, hij wordt eeuwig geboren uit een Vader, zonder Moeder.



[1] Cf. J’étais une jeune fille pure, je ne passais pas le seuil de la maison paternelle. (cf. IV Maccabées, 18.7) ; A l’époque, une Juive pouvait être répudiée parce qu’elle avait marché dans la rue tête nue, ou trop vite, ou avait parlé avec des passants, ou trop fort (Talmud, Fiançailles, 7.7) ; La vie publique est pour les hommes. Il est plus convenable pour les femmes de rester à la maison et de vivre retirées (Philon, Les Lois, 3.169). / Restez dans vos foyers; et ne vous exhibez pas à la manière des femmes d’avant l'Islam (33.33 ; 24.31).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten